Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Schrijver, regisseur, artiest en programmamaker Malique Mohamud raakte in zijn jeugd geïnteresseerd in de relatie tussen stadsleven en straatcultuur, toen hij stiekem een paar cassettebandjes van de Wu-Tang Clan, Tupac en Outkast uit de kamer van zijn broer meenam. Als zoon van een Somalische dichter en een generaal pleit hij voor en zoekt hij naar betekenis in culturele productie vanuit het perspectief van de Afrikaanse diaspora. Autonomie, opstandigheid en (scheve) machtsverhoudingen zijn terugkerende thema’s in zijn werk. Het verhaal gaat dat hij de beste tosti’s maakt van boven de Maas en nog steeds een beetje verliefd is op Lauryn Hill. Met de door hem opgerichte organisatie Concrete Blossom onderzoekt deze creatieve duizendpoot momenteel hoe de transformatieve kracht van straatcultuur kan bijdragen aan een inclusieve samenleving. 

The Bodega aka Avondwinkel as a site of archival practices

“Met dit project hoop ik de opkomst van een diasporische esthetiek in Rotterdam te verwoorden met behulp van een bodega. Het is een overpeinzing van een (toekomstig) instituut naar het voorbeeld van El Barrio. In dit onderzoek wordt de bodega gezien als een historische, fysieke en conceptuele plek waar het leven in ontheemdheid betekenis krijgt. Een plek die ruimte biedt aan interacties en transities, en die tegelijkertijd staat voor zowel veerkracht als gezamenlijke leefervaringen. Een plek waar het rijpingsproces van onze multiculturele samenleving vanuit een alternatief perspectief wordt bezien.

Rotterdam, de havenstad van een voormalige koloniale grootmacht, herbergt enkele van de meest cultureel diverse buurten ter wereld. De etnisch diverse tegencultuur die in deze stad is ontstaan, is het gezicht geworden van de populaire cultuur in Nederland. En toch zit ze nog steeds vast in een vacuüm van institutionele ondervertegenwoordiging en systematische uitsluiting. De verhalen en plekken in wijken als Delfshaven blijven daardoor gevangenzitten in informaliteit. De term ‘informaliteit’ duidt hierbij niet op een typologie van de ruimte of een bepaald soort gebruiker, maar illustreert een manier van het gebruiken van de ruimte die afwijkt van het beoogde, voorgeschreven gebruik. Maar wat gebeurt er nu als het informele formeel wordt? Wat zou er gebeuren als spatial agency wordt opgenomen in de alledaagse praktijk? Zo’n nieuwe vorm van gebruik van de ruimte zou kunnen dienen als middel om trauma’s uit verleden, heden en toekomst te verzachten die gelieerd zijn aan zwarte subjectiviteit in dit postkoloniale tijdperk, een manier om het potentieel voor innovatie, zelfstandigheid en algehele dopeness te benutten. Malique Mohamud en het Concrete Blossom-netwerk zullen onderzoeken wat zo’n instituut zou kunnen en moeten bewerkstelligen. Hoor ik daar amen?”

 

Marina Otero Verzier
Klaas Kuitenbrouwer, Katia Truijen, Marten Kuijpers, Anastasia Kubrak
k.truijen@hetnieuweinstituut.nl
Alex Walker